Blogs


Over richting of regels, burgerzin of gehoorzaamheid, verantwoordelijkheid of egoïsme.


Juli 2020


Hoe moeilijk is het 1,5 meter afstand te houden? Hoe moeilijk is het de handen te wassen wanneer nodig? Hoe moeilijk is het maw om zonder exploderende wetgeving toch Corona te beheersen? Het lijken me allemaal niet zo'n onoverkomelijke voorzorgsmaatregelen?

En toch vragen mensen aan de staat, en dus aan de politici, allerlei bijkomende, concrete, soms zelfs individuele regeltjes over wat goed is of fout . Toch vragen sommigen dit allemaal vervolgens in veel te veel wetten te gieten, om dan vervolgens uit onvrede met die wetten achterpoortjes te zoeken om ze niet te moeten naleven. Of te zeggen "dat het niet duidelijk is". Alsof alle situaties waar één mensenleven in kan komen voorspelbaar zijn, duidelijk omschreven kunnen worden, en wettelijk vastgelegd moeten zijn....

Een zuiver legalistische maatschappij is echter altijd een maatschappij in moreel verval: het is een maatschappij die voor elke scheet in een fles een wet, een controle-apparaat en een sanctie nodig heeft en zo de verantwoordelijkheidszin van burgers vervangt door de gehoorzaaamheid van de werkbij. Met burgers voor wie het belangrijker is onschuldig te zijn als iets misloopt, dan inspanningen te doen en risico's te nemen om te zorgen dat het goed loopt. De mooie Vlaamse spreuk indachting: "wie niets doet, misdoet niets"...

En wat met die gekken die geen verstand hebben en anderen in gevaar brengen? Moet je voor hen die wetten, controles en sancties niet maken, hoe jammer ook? 

Die gekken bestaan inderdaad jammer genoeg altijd en overal. Zij zullen bovendien die wetten niet spontaan naleven. Dus heb je inderdaad naast wetten een aantal controles en sancties nodig.
Complete anarchie is evenmin de oplossing.


Alleen: gelooft iemand dat er geen enkele gek nog anderen in gevaar zal brengen, zelfs als er een voor iedereen verstikkende regel met bijhorende staatscontrole op elke beweging is?... En willen we zo'n verstikkende samenleving, of is die een grotere kwaal dan de kwaal die ze bestrijdt?


Overdrijven is maw nooit goed. In geen enkele richting.
Niet door te veel regels te maken. Dan verzuipen de essentie en de belangrijke wetten in de massa, en wordt het échte doel helemaal niet bereikt. Dan verdwijnt elk draagvlak na verloop van tijd.
Ook niet door te weinig richting te geven. Dan loopt iedereen in de eigen richting en wordt er dus gebotst dat het een lieve lust is.

"De gulden middenweg", misschien was dat nog niet eens zo'n slechte uitdrukking...


Waar staan we vandaag? Ik vrees dat vandaag de angst ons als samenleving inspireert om toch toe te geven aan de overdrijving. Dat we vandaag te veel regeltjes maken, gewoon omdat we bang zijn. Veel wetten geven de illusie van veel bescherming. Terwijl minder maar zeer duidelijke en goede afspraken wellicht meer resultaat zouden opleveren. En ons de vrijheid én de plicht geven om onszelf als verantwoordelijke mensen te gedragen, niet als egoïsten.




"De beste manier om chaos te creëren
is alles te regelen"

(Karel Boullart)


"Wie niets doet
misdoet niets".


"veel wetten"
geeft de illusie van
"veel bescherming"
Niets is minder juist.


Vrijheid en verantwoordelijkheid vormen de gulden middenweg tussen anarchie en regelneverij 

Hier vind je enkele blogs, al dan niet op vraag.  

Stoute Hendrik?



Juni 2020





Weet je, in een stroom van eensgezind gebrul is het soms moeilijk onafhankelijk en rationeel na te blijven denken. Velen papegaaien per definitie na wat hen voorgekauwd wordt, anderen poneren dan weer per definitie het tegenovergestelde. Nuance is moeilijk. Wie toch genuanceerd en onafhankelijk probeert te denken, wordt meestal niet gehoord, laat staan begrepen. Zoals in “in welk kamp zit jij nu eigenlijk?”. Of “het is niet duidelijk”. Alsof “duidelijk” een synoniem is van “zwart-wit”. Of zelfs van “juist”.


Politieke partijen of fracties moeten op een bepaald moment wel de rangen sluiten rond een bepaald standpunt. Daarom dat interne discussie vooraf, open en zonder taboes, zo belangrijk is. Eens dat standpunt er is, en je bent iemand die aanwezig was bij de besluitvorming, dan moet je dat ook loyaal verdedigen. Zonder bijkomende nuance.

Dat is niet altijd gemakkelijk. Ik zal een sprekend voorbeeld geven uit eigen ervaring. Zo moest ik als fractieleider van het toenmalige kartel CD&V-NVA in Mechelen tot een gemeenschappelijk standpunt over islamitische begraafplaatsen komen. Je had initieel hevige voor- en tegenstanders, elk met hun argumenten. Maar we zijn er toen toch, na ferme discussies, in gelukt om een gemeenschappelijk standpunt te formuleren, én dit gezamenlijk te stemmen. Het standpunt op zich hield rekening met alle bezorgdheden en verwachtingen, was genuanceerd én duidelijk, en liet dus geen verdere afwijkingen toe.

Was ieders individuele hartje daar gelukkig mee? Allicht niet. Was iedereen daardoor ook diep in zich overtuigd van dat standpunt? Wellicht niet. Moest plots ieder lid of iedere stemmer van CD&V of van N-VA het dan eens zijn met dat standpunt? Nee, natuurlijk niet. Maar de mandatarissen, diegenen die aan de besluitvorming hadden deel genomen, moesten het wel verdedigen. Anders is samen werken niet meer mogelijk. En dat hebben ze ook loyaal gedaan.  

Daaraan moest ik terug denken bij de discussie over de uitspraken van Hendrik Bogaert rond coalitievorming met het Vlaams Belang, en de TV-repliek van Sammy Mahdi daarop. Beiden zijn overtuigde christendemocraten. Beiden zien een grote ideologische kloof tussen hen en de ideologie van het Vlaams Belang. Beiden zijn geen voorstander van het cordon sanitair als concept. En beiden hebben de ambitie om die mensen die, soms uit onwetendheid, extreem stemmen, te overtuigen van een betere keuze. En liefst een christendemocratische.

OK, over de manier waarop, al dan niet in ultimo tot coalitievorming komen met extreme partijen, daarover verschilt Hendrik dus van mening met het partijstandpunt. Een louter tactisch meningsverschil dus, dat vandaag bovendien niet eens aan de orde is in de praktijk. Voor de rest: grote eensgezindheid.

Was er gisteren één journalist die deze gelijkenissen tussen de uitspraken van beide heren zocht of vermeldde?  Nee, natuurlijk niet. Met een vergrootglas werd gekeken naar de meningsverschillen. Liefst nog gekoppeld aan verregaande persoonlijke gevolgen voor de betrokkenen. Nieuwswaarde zit immers in conflict, niet in synthese. Alleen… dat weet toch élke toppoliticus intussen vooraf. Hoop ik. Hendrik wist dus dat dit ging gebeuren toen hij het interview gaf.

Waarom heeft hij dan gedaan wat hij heeft gedaan? Ik stel me echt de vraag. Een graantje meepikken van de alomtegenwoordige discussie over racisme? Wie weet. Hij is ten slotte politicus. Alleen: welke oplossing is er nu dichterbij gekomen door dat publieke interview? Is zijn “politieke inclusie” nu dichterbij? Is de kans dat zich ook realiseert wat hij als oplossing ziet, groter geworden? Ik denk het eerlijk gezegd niet. Integendeel.  

Ik heb enorm veel respect voor de intellectuele kwaliteiten en de electorale waarde van Hendrik. En voor het feit dat hij niet zo maar mee heult met de wolven in het bos, dat ook hij zijn verstand niet heeft ingeleverd de dag dat hij een partijlidkaart kocht. Maar naast verstand, is ook loyauteit een politieke vereiste. En dat betekent dat je de eigen organisatie niet schaadt nadat je een discussie (eventueel tijdelijk) hebt verloren. Daar ging Hendrik in de fout. Een standpunt moet verdedigd worden, of heeft geen kracht.

Hij is trouwens niet de enige die al eens die fout maakt. Ook anderen maken wel al eens de fout het verkondigen van de eigen individuele mening belangrijker te vinden dan een uitgediscussieerd partijstandpunt te verdedigen. Dat moet beter kunnen. En geldt bv ook voor het partijstandpunt uit het stichtingscongres, waar confederalisme wordt bepleit, of over de keuze “geen Vivaldi” die de leden recent nog hebben gemaakt. Ook in dat soort discussies, en vele andere, is eenzelfde loyauteit vereist. Het Vlaamse politieke leven draait immers om meer dan “coalitievorming of niet” met het Vlaams Belang.

Dat heeft Joachim Coens alvast goed begrepen: het zijn uiteindelijk de inhoud en het beleid dat daaruit voortkomt die tellen. En in alle eerlijkheid: noch met Peter Mertens, noch met Dries Van Langenhove zie ik een beleid tot stand komen dat Vlaanderen ook maar één stap vooruit helpt.

Hopelijk beseft de kiezer dat ook snel, zodat ten minste Vlaanderen bestuurbaar blijft en in deze woelige tijden een sterk bestuurde regio kan zijn die de crisis snel weer onder controle krijgt.


Eerst overleven, en dan toch terug leven….



Maart 2020

 

Als het brandt, moet je blussen. Als terroristen aanvallen, moet je terug schieten. Als het crisis is, moet je handelen. Snel. Krachtig. Accuraat. Je maakt dan vergissingen, maar snelheid is essentieel. En bijsturen gebeurt tijdens de actie. Geen tijd voor lange strategische overwegingen. Zo werkt het.


Zo moet het ook vandaag voor de volksgezondheid. In commandostijl, doelgericht het virus bestrijden. Discipline bij de bevolking. Allemaal samen tegen Corona. Of dat nu met een oranje, blauwe, gele, groene of rode leiding is, als het maar vooruit gaat, efficiënt is en dodelijk voor het virus. Ideologie speelt geen rol. Eigen glorie is uit den boze.


Zo’n strijd vereist wel een goede, transparante én eerlijke communicatie. Aan ieder van ons te oordelen of die er vandaag is. Onwetendheid en vergissingen zijn daarbij niet noodzakelijk hetzelfde als onkunde en leugens. Het voorspellen van het verleden is te gemakkelijk, en omgekeerd is het ontkennen van de gemaakte fouten dom. Leren uit de fouten, daar gaat het om. Ook in crisistijden. Vooral in crisistijden.


Intussen moeten andere mensen de toekomst na de crisis voorbereiden. Grondig en vastberaden. Met kennis van zaken. En met een duidelijke keuze over de richting die we uit gaan. Op dat moment doen ideologische keuzes er wél weer toe. Zij bepalen de richting. Efficiëntie wordt weer ondergeschikt aan effectiviteit. Welke maatschappij we als mensen willen komt weer hoger op de agenda dan het pure overleven van de mensen in die maatschappij.


Dat geldt vandaag zeker voor het economisch weefsel. Gaan we ook hier naar de experten luisteren? En zijn die het ook hier niet altijd allemaal eens? Gaan we dus politieke keuzes durven maken, wetende dat er altijd wel ergens een expert zal zeggen dat het de verkeerde keuze is? En wie neemt de leiding? Waarover? Over Europa? Over België? Over Vlaanderen? Hoe fijnmazig mogen de maatregelen zijn, hoe aangepast aan de eigen bevolking? Kan Vlaanderen andere keuzes maken dan Catalonië, en Denemarken andere dan Griekenland? Blijft Duitsland opvallend solidair, of worden we allemaal gierige Nederlanders? En is er toch een globale economische koepel in Europa die dit alles onderstut, subsidiariteit erkennend én schaalvoordelen benuttend?


Moeilijke keuzes. Maar ze zijn nog te ondersteunen met wetenschappelijke argumenten.


De fundamenteelste keuzes liggen nog ergens anders. Wat is er veranderd in ons gedrag? Of straffer nog, wat is er veranderd aan onze waarden?


Hoe dierbaar zijn onze democratische vrijheden nog, nu we in crisis “sterke regeringen” hebben gevraagd? Hoe weinig van onze privacy beschermen we nog, nu politiediensten mogen “spelen” hebben met drones en appjes? Hoe ver schuiven we nog verder op richting Big Brother? Offeren we ons leven op om te kunnen overleven? Offeren we met andere woorden steeds meer vrijheid op voor een vals gevoel van veiligheid? En wat met de vlaag van solidariteit, applaus hier en lakens daar, filmpjes voor grootouders op social media, leuke spotjes op TV of helpende handen en hard werkende mensen om ons heen, enkel lichtjes verstoord door het hamsteren van WC-rollen? Krijgt die solidariteit écht een plaats, of beperkt ze zich na de crisis tot een mooie herinnering die we binnen 3 jaar van facebook voorgeschoteld krijgen?


Toegegeven, vandaag primeert de strijd tegen het virus. Alle hens aan dek. Elke dag in het nieuws, elke dag communicatie, elke dag hopen op beterschap. En blijven gedisciplineerd de strijd aan gaan, tot we hem winnen.


Maar evenzeer weten we al dat een economische tsunami op ons af komt, en zien we elke dag vrijheden minder evident en privacy opgeofferd worden. Dat compleet negeren, en ons niet voorbereiden op het post-Corona tijdperk, zou even misdadig zijn als nu niet vechten tegen het virus.


Laat ons dus vooral de mensen niet weglachen die daarmee bezig zijn. Misschien verdienen ook zij wel een applaus voor hun moed.




Leven of dood: geen banale keuze.

 


Januari 2020

 



Wat doe je als je van een gewone assisenzaak een politiek proces wil maken, zoals nu met het proces van de drie dokters die van vergiftiging worden beschuldigd in een “euthanasie-zaak”? Je beschuldigt gewoon zelf de anderen, je zegt dat zij er een politiek proces van willen maken, en je zegt dat liefst op een schabouwelijke manier. Zodat het een “selffulfilling prophecy” wordt. Proficiat aan de euthanasie-lobby, carambole gelukt.


Maar OK, laat ons de uitdaging dan ook maar aannemen: spelen vrijzinnige of religieuze instellingen of politieke partijen een rol in zo’n proces? En zijn individuele juryleden met een aanhankelijkheid aan deze instituten inderdaad een rem op een objectief oordeel?

Dat zou impliceren dat alle mensen met eenzelfde globale overtuiging over euthanasie hetzelfde denken. Dat lijkt me wel héél veel impact geven aan die instellingen.


Als gelovig mens die het leven hoog acht, vind ik inderdaad (zelf) niet dat euthanasie in alle omstandigheden moet kunnen. Maar ik besef wel dat ik nog geen begin van begrip kan hebben van wat écht “ondraaglijk lijden” moet doen met een mens. Systematisch en in alle omstandigheden euthanasie verbieden, zie ik dus evenmin zitten.


Goed dus dat er een wetgeving is die deze nuance van “niet altijd” tot “soms wel” vast legt. Het gaat hier immers om leven of dood, en dat is geen banale keuze.


Het voorzichtigheidsprincipe is hier belangrijker dan in welke andere wetgeving ook. Zo moet de wet garanderen dat het écht om een vrije keuze gaat van de betrokkene zelf, een vrije keuze die in volle bewustzijn meerdere keren geuit wordt. We weten allemaal hoe beïnvloedbaar zieke en dus verzwakte mensen kunnen zijn. Ook daar moet aandacht voor zijn. Op geen enkel moment mag de druk zo groot kunnen worden, dat de “vrije keuze” vervangen wordt door het toegeven aan de overtuiging van een ander. Het moet een “bewuste” en “eigen” keuze blijven.


Elke laksheid tegenover dat voorzichtigheidsprincipe en elke overtreding van de wet met als gevolg een twijfelachtige dood, moet vermeden en desgevallend bestraft worden. En laksheid sluipt gemakkelijker binnen dan we denken. Om even een “banaal” voorbeeld te geven: onlangs sprak men in de media over het “euthanaseren” van vechthanen. Al iemand een bewuste vrije wilsbeschikking van een vechthaan gelezen? Dit zijn gevaarlijke banaliseringen van het woord euthanasie: men dreigt door de foute woordkeuze het “euthanasie plegen” gelijk te stellen aan “doden”? Waardoor ook “doden” dan wettelijk geregeld zou lijken. Wat niet het geval is.


Zo komen we naadloos terug terecht bij het proces in kwestie. De vraag voor de juryleden is niet of ze voor of tegen euthanasie zijn. De vraag is niet of ze de huidige wet een goede wet vinden of niet. De vraag is of de wet zorgvuldig werd nageleefd, of er (al dan niet subtiele) druk was op de overledene om euthanasie te plegen, of de euthanasie met respect en volgens de waardigheid die in zo’n omstandigheden vereist is werd gepleegd, kortom of alle wettelijke voorschriften werden nageleefd. Heeft men met andere woorden “gedood”, of écht euthanasie gepleegd. Een hemelsbreed verschil. Want “doden” is hier juridisch gesproken wellicht “moord”. En dat leidt tot zeer zware straffen.


Ja maar, je kan die dokters toch geen gifmengers noemen, de wet moet toch voor subtiliteit en interpretatie vatbaar zijn hoor ik je zeggen. In bepaalde omstandigheden is dat inderdaad zo. Volgens het principe dat we ofwel “strenge wetten met milde rechters”, ofwel “milde wetten met strenge rechters” moeten hebben, moeten we ons afvragen in welke omstandigheden we ons hier bevinden. En dan is het wel relevant te weten dat bijna de hele wereld ons nu al veroordeelt voor onze (te) lakse wetgeving. Die wet dan nog eens (te) breed interpreteren, lijkt dan ook in tegenspraak te zijn met goede rechtspraak: hier pleit men voor “milde wetten met milde rechters”. In die zin is een inzicht in de uitzonderlijkheid van de Belgische wet voor de juryleden wél belangrijk.


Waarom willen verstandige mensen dan toch al op voorhand pleiten voor de volledige vrijspraak? Is er een “verborgen agenda”? Gaat het toch om “ideologische” of erger nog, om “commerciële” belangen?  Moeilijk te zeggen. Wat me bijvoorbeeld wél stoorde in het interview met Distelmans op de radio, was dat hij zelfs de onzorgvuldige uitvoering van de euthanasie, waar blijkbaar geen twijfel over bestaat, probeerde goed te praten. Men wil absoluut vrijspraak, om toch maar niet het risico te lopen dat er dokters zijn die “angst zouden krijgen euthanasie uit te voeren”. Komaan zeg. Het gaat hier wel over leven en dood van een mens. Wie daarbij de zorgvuldigheidsvereisten naleeft, moet geen schrik hebben, wie dat niet doet is het niet waard mensen in hun laatste uren bij te staan.


En dan kom ik, los van dit proces, tot wat voor mij de “bottom line”is en wat me in een aantal debatten zo stoort: de banalisering van menselijk leven en dood. Dat is zo in het debat rond euthanasie, dat is ook zo in het debat rond abortus. De patiënt die euthanasie wil plegen, wordt nog enigszins juridisch beschermd tegen willekeur. Het mensje in wording heeft niet eens die bescherming. De banalisering van het menselijk leven gaat maw steeds verder: bij de begeleiding van euthanasie komt het allemaal zo nauw niet (is toch ook een gewone medische ingreep, niet?), een kind in wording wordt herleid tot een orgaan van de moeder, en het doden van dat kind meteen ook tot een louter medische ingreep.


Opvallend ook: waar een aantal conservatievere mensen genuanceerd en zelfs verschillend over beide onderwerpen denkt, zijn het steeds dezelfde (zichzelf progressief noemende) mensen die pleiten voor de dood als “oplossing”. De dood is nochtans nooit een oplossing, hoogstens misschien en in sommige omstandigheden het minste kwaad. Het goede léven, en al wat dat inhoudt, dat is wat prioritair beschermd moet worden en waar prioritair aan gewerkt moet worden. Die ommekeer moeten we terug realiseren.


Als de démarches van de heer Van Steenbrugge om er een politiek proces van te maken, die ommekeer in gang gezet hebben, dan is het misschien niet eens zo slecht dat hij zo onbeschoft op de kerk ingehakt heeft. Dan komt de carambole uiteindelijk nog terecht waar hij moet: bij de bescherming van alle leven. Want élk menselijk leven is waardevol. Ook het zwakke en het meest kwetsbare. Misschien zelfs vooral het zwakke en meest kwetsbare. En hoe dan ook is de keuze tussen leven en dood geen banale keuze.


Ik mag hopen dat niet alleen gelovige mensen dat vinden.


"Ze", dat zijn "wij" !

December 2019




Wat 2019 bracht.


Een democratisch deficit?

Spanje sluit Catalanen op, omdat ze een andere mening hebben dan het staatsgezag.

Rusland sluit opposanten op, omdat ze een andere mening hebben dan het staatsgezag.

China slaat opposanten in Hongkong uiteen, omdat ze een andere mening hebben dan het staatsgezag

De president van de USA zet een vreemd staatshoofd onder druk, om zo zijn persoonlijk gezag in de staat te vrijwaren. 


En wij?

Zijn we over elk van deze aanvallen op democratische waarden even verontwaardigd?

Zijn we er überhaupt nog wel over verontwaardigd?

En wat deden we er aan?


De dood als "oplossing"?


Een "coalitie voor de dood als oplossing" wil in ons Parlement abortus legaliseren tot halfweg de zwangerschap, én als een "gewone" medische ingreep bestempelen. "Baas in eigen buik" noemt men dat. Alsof een kind een orgaan van de vrouw is dat verwijderd mag worden. Alsof de zwakste, het embryo, in deze niet beschermd moet worden. Een dood kind als oplossing voor zijn/haar verkeerd geslacht (pech), voor een verstrooide vrouw of voor een ontevreden partner: het moet blijkbaar allemaal kunnen.

De "coalitie voor de dood als oplossing" ziet ook euthanasie minder en minder als een zelfstandige en ultieme daad om het eigen ondraaglijk lijden te vermijden, maar meer en meer als een "oplossing" voor een "vervelend" leven. Ze noemen dat dan "voltooid", of "onwaardig". Alsof één menselijk leven ooit "onwaardig" mag genoemd worden. Meer en meer verdwijnt de zelfbeschikking van de persoon over zijn eigen euthanasie, naar de schemerzone van een beslissing door anderen. In het bijzonder als de zwakke zich niet meer zelf kan uitspreken. Alsof dat zwakke maar waardige leven dan niet beschermd moet worden.


En wij?

Zijn we voldoende verontwaardigd over deze aanvallen op de zelfbeschikking over leven en dood van de zwaksten?

Zijn we er überhaupt nog over verontwaardigd?

En wat deden we er aan?


Het klimaat: voor of tegen, of toch tussenin?

De fanatici van het klimaat willen wie een leven hard gewerkt heeft aan oplossingen voor problemen van de voorbije decennia, en daar nu op een normale manier wil van genieten, een schuldcomplex aanpraten voor fouten die niet gemaakt zijn. De splinter en de balk.

De ontkenners van de klimaatcrisis willen dan weer niet, zoals de vorige generaties, de problemen onder ogen zien, aanpakken en ze met de nodige inspanningen oplossen. Ontkennen is namelijk gemakkelijker.


Zijn we ons voldoende bewust van het feit dat er écht iets moet opgelost worden?

En beseffen we voldoende dat enkel vooruitgang, technologie en innovatie de oplossing zijn, niet gedragsverandering waardoor we terug holbewoners worden?

En wat deden we daar al voor?



En er is meer. Zoals onwetendheid.

Ik pikte er drie prioritaire problemen van 2019 uit. Er zijn er nog. Vaak ook uit onwetendheid. Kennen we bv. het verschil nog tussen politieke vluchtelingen en economische migranten? Beseffen we nog dat je je niet op de christelijke waarden kan beroepen, en tegelijk haat en nijd prediken? En beseft iedereen dat we dankzij Europa de langste periode van vrede kennen die we ooit gekend hebben, geen geld en tijd verliezen aan wisselkoersen en visa, en de democratische regio's als Vlaanderen, Schotland en Catalonië versterken door de interne staatsgrenzen te verzwakken?

Onwetendheid leidt te vaak tot boosheid, en inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht.
En, wat denk je, proberen we ons inzicht al te vergoten?
En wat deden we daar al voor?


2020


2019 Kende zijn "problemen". En zijn onvolmaakte oplossingen. Het kende ook héél veel fijne momenten. En ja, ook oppervlakkige zaken zoals een promotie en bekerwinst van KVMechelen horen daarbij. Maar er is vooral veel meer, er is vooral héél veel liefde tussen mensen, menselijke warmte (méér dan één week), goedheid en welvaart. En dat voelt goed aan.


Elk van ons wens ik daarom dat we in 2020 niet enkel "problemen" zien, maar eerst en vooral ook alles wat goed gaat. Er zullen natuurlijk ook problemen blijven. Ik wens ons daarom allemaal ook toe dat "we" iets doen aan de bovenstaande en andere prioritaire problemen die we in 2019 kenden, en aan de nieuwe problemen die in 2020 zullen opduiken. En let wel. "We", dat is dus niet "ze". Dat zijn niet "de anderen". Dat zijn niet "de bedrijven", of "de politici". Nee, "We", dat zijn wij allemaal samen.


Misschien moeten "we" 2020 beginnen met allemaal de mooie, oude spreuk van de Bond Zonder Naam boven ons bed te hangen: 

"Verbeter de wereld, begin met jezelf".


Ik wens iedereen een Zalige Kerst, een spetterende jaarovergang, en vooral een fantastisch 2020, waarin we onszelf zóveel beter maken dat we de ganse wereld verbeteren. Allemaal samen. "Wij".


Geniet er van, en veel succes.





Authentieke kandidaten met gelijke kansen.




November 2019







Bij verkiezingen geven kandidaten meestal vooraf aan voor wie ze een voorkeursbehandeling absoluut noodzakelijk achten. En het lijstje is meestal lang, want de stemmen van velen moeten gehaald worden. Vrouwen. Holebis. Migranten. Armen. Ondernemers. Zorgkundigen. Jongeren. Senioren. Gepensioneerden. Mensen met beperkingen,…..


En in een aantal van die gevallen is dat ook volkomen terecht. Mensen die het moeilijker hebben, moeten geholpen worden. Mensen die geen gelijke kansen krijgen, moeten die kansen wél krijgen. Daar moet politiek voor staan.


Alleen : positieve discriminatie impliceert uiteraard ook negatieve discriminatie van de ander. Er moet dus zéér zorgvuldig en tijdelijk omgesprongen worden met het geven van privileges aan bepaalde groepen. Eens de kansen wél gelijk zijn, moet ook de lat van de bevoordeling opnieuw gelijk gelegd worden. En dat gebeurt maar zelden.


En zo gebeurt het dat de bekwaamste personen de haver niet altijd krijgen die ze verdienen. Of dat, wanneer ze die toch krijgen, het hen niet gegund lijkt. Want zelfs in de “beoordeling” van succes speelt het feit of je tot een doelgroep behoort steeds meer mee.


“Krijgt” bv. een blanke, gezonde hetero-man van middelbare leeftijd een job (een “postje” wordt dat dan meestal genoemd), dan zijn gemor en twijfel over zijn bekwaamheid meestal zijn deel. “Verwerft” daarentegen iemand van een “doelgroep” zo’n functie, dan wordt dat al even systematisch op ritueel gejuich onthaald. In dit geval zonder veel vragen over bekwaamheid. Die lijkt ofwel vanzelfsprekend, ofwel van ondergeschikt belang. Enkele recente voorbeelden van jubelberichten? “De eerste transgender op een nieuwsredactie”: ontroerende vreugde. “De eerste vrouwelijke premier”: feestgedruis. “de eerste vrouwelijke commissievoorzitter”: een orgie van gejuich. En zo gaat het verder.


Voorlopig zijn we van die "riedeltjes" gespaard gebleven bij de interne voorzittersverkiezingen van CD&V. Met dank aan diegenen die er misbruik zouden kunnen van maken, en dat niet doen. Knap. Ook daarom ben ik zo blij met de manier waarop de campagne voor de voorzittersverkiezing bij CD&V tot op vandaag loopt. En ja, er is iemand met een migratieachtergrond die kandideert. Hij heeft dezelfde kansen. En ik heb hem nog niet horen zeggen dat hij omwille van zijn achtergrond bevoordeeld moet worden. Misschien net daarom dat hij een serieuse kans maakt, want dat hij het kan, dat is wel zeker. En ja, er is een vrouw die kandideert. Zij heeft dezelfde kansen. En ik heb haar nog niet horen zeggen dat ze voorzitter moet worden omdat ze vrouw is. Misschien net daarom dat zij een serieuse kans maakt, want dat ze het kan, daar twijfelt niemand aan. En ja, er zijn verdorie ook enkele mannen kandidaat die niet tot een doelgroep behoren (ttz, ik zou niet eens weten of er een holebi bij is, en zo hoort het ook). Ook zij hebben gelijke, maar geen grotere kansen.En ik heb hen al zeker niet horen zeggen dat ze alleen al omwille van hun mannelijkheid betere kandidaten zijn. En geen mens die er aan twijfelt dat ze het kunnen.  


En dat is fantastisch nieuws. Waarom? Niemand heeft het tot nu toe gehad over “tot welke groep” hij/zij behoort, niemand heeft het over “quota” of iets dergelijks gehad.  Iedereen heeft het gehad over de inhoud en de toekomstige aanpak als voorzitter. Om nadien allemaal samen aan de slag te kunnen, eens de voorzitter verkozen is, en niet enkel met/voor de eigen doelgroep.


Natuurlijk zijn de inhoudelijke verschillen tussen de meeste kandidaten ook beperkter dan bij verkiezingen tussen verschillende partijen: in dit geval gaat de strijd tussen allemaal christen-democraten. Zelfs als er wat opgefokte commotie is over de woordkeuze in bepaalde analyses of uitspraken, dan nog is de finaliteit wat concrete voorstellen betreft meestal vrij gelijkend. De verschillen zullen dus vooral zitten in de manier waarop de verschillende kandidaten de partij willen leiden.


Daarbij valt het op dat ze allemaal op een zeer authentieke manier hun aanpak/voorstellen naar voor brengen. Niemand lijkt een rolletje te spelen, what you see is what you get. En de leden zullen beslissen. Zonder “positieve discriminaties”. Zonder discriminerende quota. Enkel op basis van de inhoud , de aanpak en misschien ook een beetje op basis van sympathie.


Mooi toch?

Partijen aan de macht?
Vrijwilligers aan de macht !

 

14 oktober 2019


 

Onze democratie wordt sterk uitgedaagd. Populisten nemen de macht, extremen bepalen de agenda, burgers zijn nauwelijks geïnteresseerd in politiek en vooral achterdochtig en wantrouwend tov politici, de vierde macht wordt al even sterk in vraag gesteld als de drie andere, en allerlei “loterij-achtige” pseudo-oplossingen dagen de efficiënte werking van de democratie uit.

 

Daarbij is de “particratie” de gebeten hond. Partijen zouden carrières maken en kraken, partijen zouden alle macht naar zich toe trekken los van de verkiezingsuitslag, partijen zouden louter carrièrevehikel voor beroepspolitici zijn. De “interimkantoren voor de kopstukken” zoals Van Cauwelaert het beschrijft. En die beroepspolitici worden zelf bovendien meer en meer gezien als leden van een elitaire beroepsvereniging die voor de eigen belangen vecht, ipv als een volksvertegenwoordiging die voor de maatschappij en de mensen werkt.

 

Partijen op de schop dan maar? Dat hoor je me, ondanks alles, niet zeggen. Ik blijf zelfs bij mijn stelling dat partijen een goede en noodzakelijke structuur zijn. Ten minste, als ze doen waarvoor ze bedoeld zijn: partijen zijn enkel een middel om een ideologische overtuiging structureel en in de praktijk te verdedigen, uit te dragen en in beleid om te zetten. Daarom lijkt het me dus geen goede oplossing om partijen “af te schaffen” (of te laten uitsterven door steeds slechtere verkiezingsresultaten), om ze vervolgens de facto vervangen te zien worden door eenmanspartijen waar de figuur van de grote leider allesbepalend is (stijl Baudet, Trump, ….). Daarmee verplaats je immers enkel de kwalen, en verwissel je de macht van een groep mensen in een partij naar één enkel individu. Dat dit niet beter is, heeft het verleden jammer genoeg voldoende aangetoond.

 

Ideologisch onderbouwde partijen afschaffen is dus niet de oplossing. Maar wat dan wel?

 

Als partijen toch zo machtig zijn, moeten zij gewoon zelf sterker democratisch gestuurd worden. Hier ligt de link met de slogan “vrijwilligers aan de macht”, hier ligt ook de link met wat ik eerder aan de 12 apostelen schreef over de organisatie van onze partij.

 

Partij-organen moeten dringend zó georganiseerd worden, dat vrijwilligers en militanten, mensen dus zonder eigen belangen bij een beslissing, mee bepalend kunnen zijn bij het nemen van beslissingen. Vrijwilligers en militanten enerzijds en mandatarissen, ministers, partijtop anderzijds moeten evenwaardig aan de besluitvorming kunnen deel nemen. Deze democratische evenwaardigheid moet door de partijen in alle transparantie gewaarborgd worden, zowel naar tijdstip van vergaderingen, aantal mensen met stemrecht, inhoudelijke voorbereidingstijd voor de vergaderingen, en wellicht nog veel meer randvoorwaarden die oprecht opgezocht en correct ingevuld moeten worden. Zo zullen mensen terug oprecht geloven in het democratisch gehalte van de besluitvorming binnen een partij, en gemotiveerd zijn en blijven om daaraan deel te nemen.

 

Dit alles is maar één noodzakelijke voorwaarde tot de disruptieve verandering die partijen zullen moeten ondergaan indien ze willen blijven bestaan en voorop lopen in de wedloop om een moderne invulling te geven aan de democratie van de 21ste eeuw.

 

Natuurlijk zijn inhoudelijke onderbouw, goede communicatie en competent, gedreven politiek personeel ook belangrijke succesfactoren zonder dewelke geen enkele partij overleeft. En natuurlijk zal CD&V zijn eigen typische problemen, die ik o.a. beschreef in een feedback aan de “12 apostelen”, moeten overwinnen. Niets van dat alles is echter mogelijk indien de partijen zichzelf niet heruitvinden. Ze moeten daarbij een middel blijven om een ideologische overtuiging structureel en in de praktijk te verdedigen, uit te dragen en in beleid om te zetten, en nog steeds de macht nastreven om dit te doen. Maar nu ook met telkens de democratische legitimering om die macht effectief in te zetten en zo de idealen van de eigen overtuiging te realiseren.

Beeld je eens in....


Augustus 2019

 






Beeld je eens iemand in die vindt dat we de wetenschap moeten volgen, en dus een inspanning moeten doen voor het klimaat. Is die dan automatisch “voor de spijbelaars”?


Beeld je eens iemand in die tegen abortus is. Is die dan automatisch ook homofoob én tegen euthanasie? En in alles “ethisch conservatief”?


Beeld je eens iemand in die tegen het profiteren van de sociale wetgeving is. Die vindt dat wie kan werken, ook moet werken. Is die dan automatisch rechts? En wie tegen belastingontduiking of fraude is, wie vindt dat de staat voor zijn kernopdrachten rechtmatige belastingen moet innen, is die dan automatisch links?


Beeld je eens iemand in die vindt dat het misbruiken van pubermeisjes of schoolkinderen voor de marketing van een politiek idee of beweging af te keuren is, is die dan automatisch een klimaatontkenner of een “bange blanke heteroman”? En wie blij is met het engagement van de jeugd, moet die per definitie met de invulling van dat engagement akkoord gaan, en zo niet verketterd worden door de “believers”?


Beeld je eens iemand in die gelooft dat een onafhankelijke Vlaamse natie binnen een Europese confederatie een goeie zaak zou zijn. Is dat dan automatisch een collaborateur? En wie royalist is, moet die per definitie ook katholiek zijn? Of omgekeerd, moet je katholiek zijn om belgicist te mogen zijn?


Veel vragen waar ik persoonlijk “nee” zou op antwoorden. En toch. Toch merk je dat steeds meer mensen er van uit gaan dat niemand nog “zelfstandig en genuanceerd” kan nadenken. Dat mensen vooral in “vakjes” gestopt moeten worden, en over alles in dat vakje hetzelfde moeten denken. En dat wie niet tot jouw vakje behoort, beklad, uitgescholden en neergetweet moet worden. Zelfs op basis van een idee dat niet eens het zijne is, maar gewoon aan zijn "vakje" wordt toegekend.


Je zou voorwaar een réveil van communistische of fascistische partijen gaan vrezen en vermoeden….

Loon naar werken, en leven met je keuzes.

24 augustus 2019








Toen ik begon te werken moest ik naar Brussel, Namen, Antwerpen, Gent, etc. No problem. De uren waren voor mij.
Als je dat nu vraagt, lijk je wel een folteraar. Want "de kindjes moeten opgehaald worden". En meer nog: er zijn zelfs files. Nou moe, ik had ook kindjes. En files. Maar wij maakten keuzes als gezin. Keuzes maken is namelijk een deel van het leven. Wil je vooruit, dan moet je investeren in werken. Wil je meer evenwicht, dan weet je dat je het met wat minder wil doen. En dat is niet per definitie slechter. Maar wel het gevolg van een eigen keuze.


Toen Martine als onderwijzeres begon te werken, moest ze een uurtje hier en een uurtje daar presteren in het onderwijs. Zelfs in Brasschaat. 10 jaar vooraleer er een eerste aanzet tot vaste benoeming kwam in Mechelen. Als je dat nu vraagt, verlies je zogezegd "gemotiveerde" jonge leerkrachten. Nou moe, hoe gemotiveerd zijn die dan wel?Moeten ze het cadeau krijgen om gemotiveerd te blijven, of wat? OK, als het beter kan, graag. Maar al dat gejank mag toch stilaan wat minder, niet?


Hebben we nu echt een generatie "watjes" voortgebracht die elke inspanning voor het geld dat ze verdienen te veel vindt en alleen maar wil bejubeld worden voor elke normale inspanning die ze doen? Die "druk druk druk" schreeuwen als ze gezellig naar het jeugdvoetbal gaan met hun kinderen, en dat niet meer als ontspanning of fijn gezinsleven zien, maar als "werk", want niet voor het eigen ego? En die onmiddellijk alle luxe moeten hebben waar vroeger jaren voor gespaard werd?


Want eerlijk, wij hebben het nu misschien beter dan mijn ouders toen ze in de 50 waren. Maar dat hadden we niet toen we 30 waren hé. toch even vergelijken wat te vergelijken valt. Kunnen groeien, iets hebben om naar uit te kijken, sparen om iets te kunnen doen: het geeft het leven zoveel meer charme.


Stop.


Ik ga te ver. Ik wil dit niet veralgemenen. De realiteit is genuanceerder dan dit. Want ik stel ook vast dat sommige jonge mensen de voeten onder hun lijf werken. Laat me dus geen ouwe knorpot zijn die aan de andere kant van de polariserende Anunaatjes staat, en die net als zij generaties tegen elkaar opzet. Misschien is het gewoon van alle tijden: zagers en profiteurs, negatievelingen, aan de ene kant, en diegenen die het blijven doen aan de andere? Beschuldigers die proberen generaties tegen elkaar op te zetten aan de ene kant, en samenwerkers aan de andere kant?

Ik zou het echt niet weten. Maar dat wie werkt betaald moet worden voor inzet en prestatie, en niet voor gemakzucht, lijkt me toch een basisgegeven. Dat wie het gemakkelijk neemt in het leven toch het geld wil van wie hard werkt, is dan ook geen kwestie van gelijke kansen, maar van profitariaat en gelegaliseerde diefstal. Van communisme, quoi. Jaloezie op wie een heel leven gewerkt heeft, is dus niet waar we naartoe moeten. Vooral omdat diegene waar je jaloers op bent, zelf wellicht ook de fases doorlopen heeft van eerst hard werken voor weinig geld, en dan verdienen dankzij de opgebouwde ervaring en competentie.


Kortom: respect voor wie gepresteerd heeft is altijd beter dan jaloezie omwille van wat die daarvoor gekregen heeft. De opofferingen uit het verleden staan immers zelden opgelijst op social media.